Scholieren
Vanaf september 2007 bestaat de mogelijkheid om je te specialiseren in het gebied van bio-energie. Dat is een vorm van duurzame energie waarbij gebruik gemaakt wordt van biomassa.
De specialisatie bestaat uit stages, het volgen van een speciaal keuzepakket van een half jaar, dat minor heet, en daarna een afstudeeropdracht.
De specialisatie vindt plaats in de laatste twee jaren van de opleiding. De eerste twee jaren volg je een van de basisopleidingen: milieukunde, landbouw of life sciences. Voor meer informatie over de basisopleidingen kijk op:
http://www.vanhall-larenstein.nl.
Binnen de specialisatie ga je je bezighouden met de mogelijkheden van duurzame energie die gemaakt kan worden uit biomassa. Het doel hiervan is om te bekijken in hoeverre je fossiele energie uit bijvoorbeeld aardolie kunt vervangen en om te bekijken in hoeverre je een bijdrage kunt leveren aan de oplossing van het broeikasprobleem door de CO2 emissies te beperken.
Er is in principe sprake van een vrij brede benadering van duurzame energie, waarbij gekeken wordt wat de mogelijkheden zijn van energie uit wind, zon en , in mindere mate, water, maar in praktijk zal de aandacht binnen de minor grotendeels gericht zijn op energie uit biomassa.
Welke biomassa hebben we het dan over? Dat kunnen reststromen zijn, in praktijk heet dat vaak afval. Maar als je er weer een nuttige bestemming aan kunt geven noemen we het toch liever reststromen.
Die stromen kunnen variƫren van:
- Huishoudelijke resten: de gft stroom uit de groene container;
- Mest bij boerderijen;
- Tot reststromen bij de voedingsindustrie zoals suikerfabrieken of conservenindustrie.
Maar daarnaast kun je speciaal gewassen verbouwen voor de energieproductie:
- Koolzaad: Is de laatste tijd erg in het nieuws voor de productie van puur plantaardige olie wat gebruikt kan worden als autobrandstof;
- Bieten voor ethanolproductie: In Brazilie bijvoorbeeld telen ze al 30 jaar suikerriet voor dit doel;
- Houtachtige gewassen: Zoals wilgen en olifantgras om te verbranden of vergassen.
De vraag is hoeveel energie je uit al die producten kunt halen. Daarom zal er binnen de minor vrij veel aandacht besteed worden aan vragen als:
- Hoeveel energie zit er in de verschillende producten?
- Hoe haal je de energie eruit?
- Welke techniek kies je: vergisten, vergassen of verbranden?
Er zal gekeken worden naar de geschiktheid van de brandstoffen voor gebruik in de transportsector: wat is handiger: een vrachtauto laten rijden op PPO (koolzaadolie) of ethanol?
Voor de landbouw is natuurlijk belangrijk om te kijken wat boeren eraan kunnen verdienen.
Per bedrijf, maar ook voor de landbouw in de regio. En moeten boeren in Nederland dat verbouwen of is het beter om het in Polen te doen of het toch maar uit Braziliƫ te importeren?
En is het wel een duurzame oplossing om palmolie uit ontwikkelingslanden te halen?
Het overheidsbeleid speelt een wezenlijke rol in de verdere ontwikkeling, dus daar wordt ook aandacht aan besteed. Daarbij gaat het om het subsidiebeleid (de zogenaamde MEP-subsidie die net is stilgelegd) alsmede om vergunningverlening en de ruimtelijke ordening.
Ook internationaal beleid dat gemaakt wordt door de EU en mondiaal beleid: het Kyoto-protocol komt aan de orde.
Binnen de specialisatie bio-energie wordt er hoofdzakelijk gewerkt via concrete opdrachten uit de praktijk. Je bent dan individueel of in groepsverband onder begeleiding van docenten aan het werk met projecten.
Op deze manier vergaar je kennis omtrent duurzame energie en krijg je vaardigheden om er over te adviseren.