
Project FAMEF.A.M.E. (The Fuesical) Onze energievoorziening staat op dit moment volop in de belangstelling. Klimaatverandering, stijgende olieprijzen, luchtverontreiniging, toenemende mobiliteit, allemaal redenen om onze bestaande energiebronnen op korte termijn aan te passen. De huidige wereldbevolking gebuikt energie voor een aantal verschillende doeleinden. Verwarming, verlichting, industrie en transport zijn daarvan de belangrijkste. Aan de energiedragers voor transportdoeleinden worden specifieke eisen gesteld. Dit segment van de energiemarkt mag zich dan ook verheugen in een snel toenemende belangstelling van zowel de politiek als consumenten en producenten.
OnderzoeksvraagWelke stoffen kunnen, als duurzaam alternatief voor koolzaadolie, dienen als grondstof voor biodiesel?
De eerste stap naar het vinden van een alternatief voor diesel, is begrijpen hoe minerale diesel zelf is opgebouwd en hoe een dieselmotor werkt. Koolzaadolie is een al bewezen alternatief voor minerale diesel. Om vast te stellen of andere oliën en vetten (lipiden) ook kunnen worden gebruikt, moeten eerst de eigenschappen van deze stoffen worden vastgesteld. Deze eigenschappen zijn afhankelijk van de lengte en structuur van de moleculen. Veel puur plantaardige oliën (PPOs) zijn te stroperig om als brandstof te worden gebruikt. Door middel van een proces genaamd ‘transesterificatie’ kan een PPO geschikt worden gemaakt als brandstof. Deze veresterde vetzuren worden ook Fatty Acid Methanol Esters (FAME) genoemd. Veelal word FAME gemengd met minerale diesel gebruikt, onder een afkorting als ‘B20’, waarin 20 het FAME gehalte aanduidt. Op grond van de gestelde voorwaarden kan worden bepaald welke oliën en vetten in aanmerking komen om als biodiesel te worden gebruikt. De verschillende stoffen zijn door middel van criteria met elkaar vergeleken op duurzaamheid. Het eerste criterium is de herkomst. Als het om een reststroom gaat, is dit het hoogst gewaardeerd, omdat de stof niet geproduceerd is voor voedselproductie. Ook is er in dit geval geen concurrentie met de voedselproductie. Op de tweede plaats komt de teelt van bomen, omdat deze minder grondintensief zijn en minder afval produceren. Als laatste komen een- en tweejarige planten. De productie van plantaardige olie naar biodiesel vindt in twee stappen plaats. Door toevoeging van een base worden de esterverbindingen verbroken. In dit proces, dat verzepen wordt genoemd, ontstaan glycerol en vetzuren. De vetzuren worden vervolgens veresterd met alcohol. Hierdoor word de olie minder stroperig en brandt deze schoner. Glycerol kan worden afgescheiden of in het eindproduct worden gelaten. Strenge eisen aan brandstoffen hebben in Europa de ontwikkeling van kleinschalige productietechnieken voor biobrandstoffen sterk geremd. In de VS en Groot Brittannië zijn wel al initiatieven in deze richting ontplooid. Via internet zijn installaties voor de productie van biodiesel te koop aangeboden, voor prijzen rond de €3000,- De installaties zijn ook zelf te bouwen voor naar schatting €500,- Zolang het eindproduct aan de NEN-norm voldoet, kan elk basismateriaal worden gebruikt. Energiebelasting is ook van toepassing op biodiesel en bioethanol. Wel wordt een ander tarief toegepast voor deze plantaardige brandstoffen. Door middel van criteria als beschikbaarheid, concurrentie met voedingsproductie kosten etc. is bepaald dat biodiesel vervaardigd uit reststromen de meest duurzame optie is. Gelet op de regelgeving en beschikbaarheid scoort frituurvet het beste. Dierlijke vetten hebben als nadeel dat de samenstelling varieert en dat de uitgebreidere raffinage, voorafgaand aan de omzetting tot diesel, extra kosten en inspanningen met zich meebrengt.
Duurzame energie realiteit![]() |